Peertjes met rode wangen

TOFFE PEER

De Gieser Wildeman is het meest populaire stoofpeertje van Nederland. Niet gek: hij is ideaal om te stoven én het hele jaar verkrijgbaar. Met zijn zoete smaak doet hij het goed naast winterse stoofgerechten of in desserts. Je kookt de Gieser Wildeman in zijn geheel en laat het steeltje zitten, want die geeft nog veel smaak af tijdens het koken. Ongekookt kun je hem niet eten. Als je geen Gieser Wildeman kan vinden, dan zijn de grotere Brederode en Saint Remy-peren ook goed.

Dit is het basisrecept: zoals oma het vroeger ook al deed: Je schilt de peren, spoelt ze af zet ze net onder water in een pan. Laat de peertjes zachtjes koken tot ze zacht en mooi rozerood van kleur zijn. Voor het behouden van de pure smaak van de Gieser Wildeman en Saint Remy is het van belang een overvloed aan toevoegingen te voorkomen. Voeg naar smaak enkele eetlepels rietsuiker en een snufje kaneel toe. En wat rode bessensap.

ZACHTE, LICHTZOETE EN SAPPIGE PERENSMAAK

Het allerfijnste aan dit basisrecept voor stoofpeertjes is dat je alles kan toevoegen wat jij lekker vindt! Wil je een nog vollere smaak? Vervang dan een deel van het rode bessensap met rode of witte wijn. Kaneel is een must, maar je kan ook nog steranijs en kruidnagel toevoegen. En ook het toevoegen van suiker is optioneel.

WAAROM WORDEN STOOFPEREN ROOD?

Hitte doet veel met eten: een soufflé groeit, terwijl spinazie juist slinkt. Doorzichtig eiwit wordt wit en stoofpeertjes worden rood! Gestoofde peertjes hoeven wat ons betreft niet rood te worden, maar de Gieser Wildeman doet dat wel. Kleurstoffen in de peertjes reageren namelijk sterk op zuur. Tijdens het koken van de peertjes veranderd de zuurgraad en de peertjes van kleur! Een scheut port of wijn helpt dit proces alleen maar. Vroegen kon je speciale perensuiker kopen met rode kleurstof erin, om de peertjes snel die dieprode kleur te geven.