Het thema van deze maand is ‘Gezond en Duurzaam’ en daar horen natuurlijk ook de  Zeeuwse mosselen bij. Wie kan daar beter over vertellen dan een mosselkweker zelf. Lieneke Schuitemaker van Seafood Stories zocht hangcultuurmosselkweker Erik Veerhoek op in de haven van Zijpe.

Erik Veerhoek kweekt zijn hangcultuurmosselen in de oude veerhaven van Zijpe bij Bruinisse. Daar, op een idyllisch beschut plekje waar de mosselen optimaal beschermd zijn tegen de elementen, geniet hij elke dag van zijn werk en het buiten zijn.

Veerhoek komt niet, zoals veel andere kwekers, uit een mosselfamilie. “Mijn vader was aannemer. Hij deed ondermeer het onderhoud aan de palen in het water voor Rijkswaterstaat, bij de oude veerhaven De Zijpe, waar toen nog een pontje was. Hij was al wel naast zijn werk bezig met visserij: hij had samen met een maat een forelkwekerij op Neeltje Jans, dat toen nog een eiland was. En hij had wat fuiken, waarmee hij op paling, krab en kreeft viste. ”

Erik ging al jong met zijn vader mee om de fuiken leeg te halen. “Daar is mijn belangstelling voor het vak ontstaan. We zijn samen een handkokkelvisserijbedrijf begonnen op de Westerschelde.”

 

Mosselen aan de ankerkettingen

Eriks vader zag bij zijn vijvers van zijn forellenkwekerij dat er mosselen aan de ankerkettingen groeiden. “Dat bracht hem op het idee om mosselen te gaan kweken. Toen hij van de havenmeester van Zijpe hoorde dat het pontje ging stoppen en de haven beschikbaar kwam voor exploitatie, vroeg hij een vergunning aan voor mossel- en viskweek. Zo is het allemaal begonnen. Mijn vader stopte met zijn aannemersbedrijf, ik was een jaar of twintig en net klaar met de visserijschool en we zijn samen met de mosselkwekerij begonnen.”

Het was wel een avontuur, vertelt Erik Veerhoek. “We kregen de vergunning, maar we wisten verder van niks! We hadden al gezien dat de andere mosselkwekers met tonnetjes als drijvers werkten, maar dat leek ons minder handig. Dan kun je maar vrij korte touwen gebruiken, waardoor je minder gebruik kunt maken van de hele waterkolom. Door de forelkwekerij, waar planken over de vijvers lagen, kwamen wij op het idee van houten vlotten met touwen eronder, als ophangsysteem voor de mossels.”

“We hebben wel eens de fout gemaakt om bodemzaad te gebruiken voor de kweek. Dat was een ramp! Mosseltjes uit de hangcultuur hebben een soort waslaagje, waardoor je ze makkelijk schoon kunt borstelen. Bodemmosseltjes zijn ruw, die hebben een kalklaagje. Daardoor bleef er van alles aan hangen en aangroeien, wat er niet meer af te krijgen was. Echt een puinzooi! Daar leer je van. Dat hebben we nooit meer gedaan.”

Hoe minder je er aan doet, hoe beter’

Erik Veerhoek kweekt 100 procent Zeeuwse hangcultuurmosselen. “Van mosselzaadje tot grote consumptiemosselen, alles kweken we zelf.”

Het kweekproces van hangcultuurmosselen verloopt als volgt, vertelt Erik Veerhoek. “In het voorjaar, in mei, juni, hangen we speciale touwen verticaal aan ijzeren vlotten in de haven. Daarna is het gewoon afwachten tot er mosselzaad aan de touwen hecht. Dat gaat vanzelf: de mosselen laten in die periode zaad en eitjes los, die samensmelten in het water tot miniscule mossellarfjes en meedrijven op de stroming. Tot ze iets tegenkomen waar ze zich aan vast kunnen hechten, zoals een steen, een paal of een touw.”

Daarna moet het zaad eerst groeien. “ Als de zaadjes ongeveer 2,5 centimeter zijn halen we ze er af. Dat duurt ongeveer twee maanden. Ze mosseltjes kruipen tegen elkaar aan, naar de buitenkant van het touw. Daar vormen ze trossen. Die halen we er voorzichtig af en die gaan in een soort langwerpige sokken, die we ook weer aan vlotten in de haven hangen. De oorspronkelijke touwen, waar nog een laagje mosselen op zit, hangen we ook terug in de haven. We doen dit allemaal zo rustig en voorzichtig mogelijk, zodat de mosselen geen stress krijgen. Anders kunnen ze zo twee weken stoppen met groeien. Hoe minder je er aan doet, hoe beter.”

Daarna hoeft hij er een tijdlang niets meer aan te doen, vertelt Veerhoek. “Ze groeien allemaal ongeveer even snel, die in sokken en die aan touwen. Vanaf eind september kunnen we ze uitdunnen en verhangen, zodat ze meer ruimte krijgen. De buitenste touwen groeien het snelst, die moet je vaker ‘afstropen’, dus de buitenste mosselen er af halen. Eind oktober is het mosselzaad klaar. Daarna duur het nog ongeveer een jaar voor de mosselen consumptierijp zijn. Van zaad tot consumptiemossel duurt minimaal achttien maanden, de oogst vindt plaats in het voorjaar, twee jaar nadat de touwen zijn opgehangen.”

En daar hoef je tussendoor echt niets aan te doen? “Nee, zo weinig mogelijk. Hier en daar wat uitdunnen, zo nu en dan een paar zeesterren weghalen. En onderhoud aan de vlotten, de lijnen en alle andere materiaal.”

Kleinschalige kweker

Na een jaar zijn de mosselen ‘halfwas’. “ De laatste jaren zijn we ertoe overgegaan om halfwas mosselen te verkopen aan collega-kwekers. Als ik ze heel lang laat hangen, worden ze moeilijker schoon te maken voor de klant. Ook geeft het meer ruimte voor de rest om door te groeien.”

Erik Veerhoek is pachter van de hele oude veerhaven, samen ongeveer 2,5 hectare wateroppervlak. “Ik ben een kleinschalige kweker, maar ik kan er goed van bestaan.” Lachend: “Ik moet ieder jaar nog belasting betalen…”

Zijn vader is niet meer actief in het bedrijf. “Hij is nu 74. Hij komt zo nu en dan nog wel langs, en bij de oogst helpt hij ook altijd. Dat werkt wel prettig, met z’n tweeën.” Een opvolger heeft hij niet. “Maar misschien dat iemand het in de toekomst van me wil overnemen. Voorlopig denk ik daar nog niet aan. Ik heb het erg naar mijn zin hier. Het gaat goed! Door de ligging van mijn kwekerij heb ik eigenlijk geen natuurlijk bedreigingen. Ik heb ook weinig last van rovers als zeesterren of oesterboorders, wat kwekers op andere locatie wel kunnen hebben. En ook niet van stormen, die de mosselen kunnen wegspoelen. Deze haven ligt heel beschut, zelfs bij een Zuidwesterstorm is de ligging ideaal. Ik zit hier nu 30 jaar en heb nog nooit noemenswaardige schade gehad.”

Genieten van buiten zijn

Erik houdt enorm van deze plek. “Gewoon hier zijn, op dat water, met die mosselen bezig zijn, geen gezeur aan je hoofd, lekker buiten zijn, dat is heerlijk. Daar geniet ik van.”

Hij is sinds 2015 Zeker Zeeuws® gecertificeerd, op aanraden van een van zijn klanten. “Zijn afnemers vroegen er speciaal naar, al zijn leveranciers waren zo’n beetje gecertificeerd. En ik voldeed helemaal aan de criteria, dus toen heb ik ook het certificaat aangevraagd.” Hij merkt er in de praktijk niet zoveel van, omdat hij geen rechtstreeks contact met consumenten heeft. “Maar het is wat mijn klanten willen. En het zorgt dat ik verzekerd ben van afname, dus dat is prettig.”

En eet hij zelf vaak mosselen? “Niet eens zo heel vaak, hooguit vier kilo per jaar. Thuis meestal op de klassieke manier: gekookt met groente en wat er over is de volgende dag opbakken. Maar het liefst eet ik ze bij mijn haventje, in plaats van een boterham. Dan gooi ik ze in een pannetje en eet ze zo op, met niks erbij. Heerlijk!”

 

Altijd op de hoogte

van nieuwe producten, recepten, acties en events, zo in je mailbox!

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.