Paling, gerookt

Zeeuwse paling (Anguilla anguilla) of aal is een straalvinnige vis. De paling wordt ook wel Europese paling of Europese aal genoemd, vanwege de grote verspreiding binnen Europa. Momenteel staat de palingstand onder grote druk, en daardoor ook het vissen op paling.

De paling heeft een lang slangachtig lichaam. De maximale lengte van mannetjes is ca. 60 cm. De vrouwtjes worden tot 135 cm lang en 7 kg zwaar. Palingen kunnen heel oud worden; het Nederlands record is ongeveer 30 jaar. De rugvin begint tamelijk ver naar achteren en vormt een zoom die tot aan de staartpunt reikt. Daar verenigt de rugvin zich met de gelijkvormige anaalvin. De paling heeft kleine borstvinnen; de buikvinnen ontbreken; de bovenkaak is iets korter dan de onderkaak; de schubben zijn zeer klein en zitten verborgen in de huid. De kieuwopeningen zijn zeer klein, waardoor de kieuwen nog lang vochtig blijven als de vis zich op het land bevindt.

 

Larven en glasaal

De meeste palingen worden geslachtsrijp (het schieraal-stadium) na vijf tot vijftien jaar verblijf op het zoete water bij voldoende voedselaanbod. Dan vertrekken ze naar de paaigronden.

Volwassen Europese palingen leggen hun eieren vermoedelijk in de Sargassozee (Atlantische Oceaan bij Bermuda), waar de wilgenbladvormige larven (Leptocephali) opgroeien. Dit is in 1923 ontdekt door de Deense onderzoeker Johannes Schmidt, die de kleinste larven in de Sargassozee aantrof. Het paaiproces zelf is echter nog nooit door mensen waargenomen.

Na ongeveer twee tot drie jaar bereiken de larven actief zwemmend en meedrijvend met de Golfstroom het continentaal plat, waarna de glasaal met miljoenen tegelijk de Europese (waaronder de Nederlandse) wateren proberen binnen te trekken. De glasalen hebben geen specifiek richtingzoekend instinct, maar de richting van de trek ligt toch grofweg vast.

Sommige glasaaltjes blijven onder de kust om op te groeien en zoeken daar mosselbanken, geulen en wrakken op. De doorzichtige glasalen hebben inmiddels langzaam de ronde vorm van de paling gekregen en een lengte bereikt van 65 mm. In het zoete water verdwijnt de doorzichtigheid al vrij snel door pigmentatie.

De groei van de paling is sterk afhankelijk van de temperatuur van het water. In Nederland stoppen ze in oktober met de opname van voedsel, om pas in april weer actief te worden.

Vangst

De paling wordt al eeuwenlang door beroepsvissers bevist met palingfuiken, hoekwant, aalkistjes, kubben en meer recent met het electrovisapparaat. De paling wordt gevangen voor menselijke consumptie en is commercieel een belangrijke soort.

De laatste tijd wordt de soort zeldzamer en zijn er strenge vangstbeperkingen vastgesteld, onder andere in Nederland. De beroepsvissers op de binnen- en kustwateren zetten zich in om de paling op een duurzame manier te bevissen.

Delicatesse

Het vlees van de paling wordt gezien als delicatesse. Het beste seizoen om verse wilde paling te eten, is van mei tot november. Wilde gerookte paling kan het gehele jaar door gegeten worden

De Schouwse Palingroker

De Schouwse Palingroker