Hoeve Rapenburg denkt aan de volgende generatie

Hoeve Rapenburg denkt bewust aan de volgende generatie

Vandaag zijn we in gesprek met Louis Boogaard, een jonge agrarische ondernemer in Meliskerke. Louis is de derde generatie in het van oorsprong agrarisch familiebedrijf Hoeve Rapenburg gevestigd in Meliskerke.

Hoeve Rapenburg heeft zich gespecialiseerd in aardappelteelt en -verwerking. Kwaliteit is belangrijker dan het aantal kilo’s.  Momenteel worden er 9 verschillende rassen geteeld. Van de aardappelen maken ze sinds 2006 verse friet en andere aardappelproducten. Met hun verwerkingslijn worden afnemers in de regio dagelijks voorzien van hun aardappelproducten.

 

 

 

 

Louis licht het verwerkingsproces toe waarin de aardappelen in 7 stappen worden verwerkt tot een vers en panklaar ambachtelijk product, met behoud van unieke smaak.

 

Oogsten Aan het eind van het teelt seizoen worden de aardappels zorgvuldig geoogst op het perceel. Daarna worden de aardappelen op het eigen bedrijf opgeslagen en gedurende de winterperiode verder verwerkt.

Schillen De aardappelschil wordt volautomatisch verwijderd met een messenschiller. De uiteinden van de frites zijn hierdoor kwalitatief beter door de gladde afwerking in vergelijking met een gangbare carborundumschiller.

Handmatig pitten Op plaatsen waar de schil nog aanwezig is wordt deze handmatig verwijderd.

 

Snijden Nadat de aardappelen zijn gewassen worden deze machinaal gesneden. Variatie in afmetingen van de frites is hierbij mogelijk.

Zeven Als gevolg van de natuurlijke aardappelvorm ontstaan tijdens het snijden kleine stukjes. Met deze bewerking worden de stukjes uit de productstroom verwijderd. Tegelijkertijd worden de frites gespoeld.

 

Drogen Aanhangend vocht wordt verwijderd. Afbraak van frituurvet wordt hierdoor tot het minimum beperkt.

Verpakken De vers gesneden frites worden vacuüm verpakt. Zonder toevoeging van conserveringsmiddelen wordt een houdbaarheidstermijn gegarandeerd van vijf dagen.

 

 

Naast de aardappelverwerking heeft Hoeve Rapenburg sinds 2009 ook een veehouderij tak met rosékalveren.

De dieren die bij Hoeve Rapenburg in de stal staan zijn afkomstig van de melkveehouderij. Elke melkkoe krijgt bijna ieder jaar een kalfje. De kalveren die niet opgroeien tot melkkoe komen naar Hoeve Rapenburg.

In de verzorging van deze rosé kalveren gaan ze tot het uiterste. ​Er wordt scherp gelet op dierwelzijn en men is kritisch op het rantsoen van de rosé kalveren. Ze worden gevoerd met eigen teelt mais, aardappelsnippers en frietresten uit eigen verwerking en hoogwaardig krachtvoer.

Afgelopen jaar is Hoeve Rapenburg actief aan de slag gegaan met het zoeken naar alternatieve afzetmogelijkheden voor hun streekproducten. De boerderijfriet wordt nu ook verkocht in een aantal lokale supermarkten en het vlees wordt rechtstreeks verkocht of via de boerderijwinkel op het erf. Ook wordt het vlees verwerkt door 2 lokale bakkers in worst- en saucijzenbroodjes.

Uiteraard bezoeken de stallen van de rosékalveren én mogen we een kijkje nemen bij de lammetjes – ook ‘onderdeel’ van dit prachtige bedrijf op Walcheren.

Ook Hoeve Rapenburg denkt bewust aan de volgende generatie. Het aardappelafval wordt als voer gebruikt voor het vleesvee. De geproduceerde mest wordt vervolgens gebruikt om de groei van aardappelen te bevorderen. Zo creëren ze een kringloop binnen het bedrijf.

Op de vraag hoe Louis de toekomst van zijn bedrijf ziet vertelt hij wat hun visie is: “Een rendabel bedrijf voortzetten met innovatie wat toekomst biedt voor de volgende generatie. Daarbij het imago van de kalverhouderij verbeteren door ons bedrijf uit te breiden met stal die voorloopt op de huidige regelgeving met een betere leefomgeving voor het kalf wat dierwelzijn ten goede komt”.

 

www.hoeverapenburg.nl